01 april 10 Tips voor de teelt van maïs – hoe best zaaien en oogsten

Nadat u uw keuze heeft gemaakt en gekozen heeft voor de maïsrassen die het best geschikt zijn voor uw gronden, zijn er ook nog enkele tips die een maximaal rendement kunnen genereren voor uw landbouwbedrijf. Wij bespreken de beste 10 tips hieronder.

1. De Voorvrucht

Na Gras (Derogatie)

Belangrijker dan de lengte van het gras is de maaidatum. Maai zo vroeg mogelijk. Het is beter vroeg te maaien met iets minder opbrengst dan erg laat met heel veel opbrengst. Een zeer late, zware maaisnede maakt dat de grond teveel uitdroogt, wat de ontwikkeling van de maïs benadeelt. Dit bewezen de voorjaren 2017, 2018, 2019 & 2020. Laat gezaaide maïs na een zware grassnede haalde vaak minder dan 50% van een normale opbrengst.

Kuilmaïs na Groenteteelt

Vooral in zandgronden kunnen resistente stammen van Pythium en Fusarium flink wat schade aanrichten. Let er dus op om na de teelt van groenten, vooral in warme grond, niet te diep en voldoende dik te zaaien (minimaal 105.000 k/ha).

Maïs na Maïs

Ook maïs na maïs, en vooral in het geval van korrelmaïs, geeft extra schimmeldruk in de grond, bijv. Rhizoctonia-aantastingen in monocultuur maïs.

2. Het Zaaitijdstip

Algemeen kan men stellen dat maïs vroeg gezaaid mag worden. Uiterlijk lijkt er geen verschil tussen maïs die drie weken later gezaaid is maar uit de vochtgehaltes bij de oogst blijkt het tegendeel. Vanaf 10 april kan er gezaaid worden. De ideale bodemtemperatuur voor maïszaai is 8°C om 7 uur ’s morgens op 3 cm diepte. Maar het blijft vooral belangrijk om het weerbericht te volgen.  Voorspelt men de eerstkomende dagen na de zaai koud en nat weer, dan is het beter om de zaai uit te stellen.

Het vroege voorjaar van 2017, extreem droog maar met perfecte zaaicondities, bewijst ons dat vroeg gezaaide maïs erg diep zal wortelen en het nodige vocht kan ophalen. Extreme neerslag zoals in het voorjaar van 2016 bleek nadeliger te zijn voor de opbrengst dan extreme droogte met vroege zaai in 2017.

3. Zaaidichtheid

Er wordt vaak gezondigd tegen de ideale zaaidichtheid. Eind 2013 werd er veel zomerlegering vastgesteld. Meestal ging dit over percelen waar er ondanks de late zaaidatum toch gezaaid werd aan meer dan 100.000 korrels per ha. Een te hoge standdichtheid geeft ijlere, zwakkere planten die langer zijn maar ook meer legergevoelig.

Kuilmaïs:

  • vóór 1 mei: 100.000 korrels per ha
  • na 1 mei 95.000 korrels
  • vanaf 15 mei 90.000 korrels per ha

Korrelmaïs

  • moet gezaaid worden vóór 1 mei, steeds aan max. 95.000 korrels per ha

4. Zaaidiepte en Zaaibed

Om vogelschade nog wat meer te beperken, is het aangeraden om te zaaien op een diepte van 5 cm. De plant zit dan vaster in de bodem en is moeilijker uit te trekken door de vogels.

Er is een duidelijk verschil bij vogelschade tussen percelen gezaaid op 3 cm diepte en 6 cm diepte. Belangrijke kanttekening: als er de dagen na de zaai nat en koud weer wordt verwacht, dan is zaaien op 6 cm wat risicovoller. 3-4 cm is dan aangeraden.

Zaaizaad behandeld met Force wordt gezaaid op 3 cm diepte omdat het insecticide Force via dampspanning een werking heeft tot 3 cm rond de korrel.

Vermijd een te los zaaibed en zaai met een matige snelheid.

Goed aandrukken van het zaad geeft een betere opkomst dan licht aandrukken.

5. Bemesting

Zowel in Vlaanderen (MAP) als in Wallonië (PGDA) wordt de bemestingshoeveelheid opgelegd door een Ministerieel Besluit. Let op, maïs heeft niet enkel stikstof en fosfor nodig, vergeet zeker ook kalium niet. Kalium zorgt voor een extra bescherming tegen ziektedruk en een betere kolfzetting.

6. Onkruidbestrijding

Algemeen kan men stellen dat een vroege onkruidbestrijding het beste is. Ideaal is tussen het 2- en 4-blad stadium.

7. Ziekten en Belagers in Maïs

Bladziekten zoals Helminthosporium en Kabatiella komen nog relatief zelden voor. In de laatste 10 jaar werd er slechts eenmaal een opstoot waargenomen. Alle LG-rassen zijn echter geselecteerd op een hoge tolerantie voor deze bladziekten. Stengelfusarium is zeer rasafhankelijk en uiterst belangrijk bij korrelmaïs omdat deze ziekte vooral voorkomt tijdens een warme en vochtige nazomer.

Kopbrand, die in Nederland soms wordt waargenomen in de kleigronden rond de rivieren, werd in België nog niet vastgesteld: is dus niet aan de orde.

De maïsstengelboorder van zijn kant rukt op vanuit het zuiden. Momenteel valt de schade nog mee.

Ritnaalden zijn wel een probleem, vooral in streken met monocultuur en lichtere gronden. Hier is het advies in een zaaizaadontsmetting met Force te voorzien, eventueel aangevuld met een insecticide in granulaatvorm bij het zaaien.  Vogelschade: sinds het wegvallen van Mesurol komt er meer vogelschade voor. Korit heeft nog een correcte werking tegen vogelschade.

8. Oogst

Voor kuilmaïs heeft een DS-gehalte van 33 tot 36% de meest optimale voederwaarde en zetmeelgehalte. De ideale hakselfijnheid is 0,8 cm. Grof hakselen geeft wel meer structuur maar minder opname. Let op: steeds met gebruik van een kneuzer, die elke korrel in vier deelt. Om te oogsten op het ideale tijdstip hebben we samen met het magazine Veeteelt een app ontwikkeld, ‘de Maïsmanager’. Dit programma berekent voor u de juiste oogstdatum. Hiervoor worden het afrijpingsstadium van de stengel en het blad, het kolfaandeel en het vochtgehalte in de stengel in acht genomen. Korrelmaïs wordt optimaal geoogst rond 30% vocht. Voor CCM kan een nog iets hoger vochtgehalte als standaard genomen worden, nl. tussen 32 en 36%. Soms is het echter beter om bij een iets hoger vochtgehalte te oogsten, afhankelijk van de weersomstandigheden en de maand. Langer wachten leidt soms enkel tot dorsen met structuurschade.

9. Bewaring en Uitkuilen

Indien kuilmaïs bij de oogst een DS-gehalte tussen de 33 en 36% heeft, kan de kuil perfect aangedrukt worden. Ook een te snelle aanvoer moet vermeden worden. Even belangrijk als het goed inkuilen, is het uitkuilen. Er moet wekelijks 1,5 tot 2 m uitgekuild worden. Zo blijft u steeds een perfect verzuurde kuil voederen aan uw vee en is er weinig kans op schimmelvorming. Te droge CCM zorgt voor een slechte verzuring en dus een slechte bewaring. Ook hier geldt dat een smalle, lange bewaarkuil ideaal is.

10. Rassenkeuze

Bij maïs is de rassenkeuze de beslissende factor. Eenmaal gezaaid moet u direct op het juiste spoor zitten. De rassen van LG brengen u steeds op de juiste bestemming.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang onze nieuwtjes in je mailbox.

    privacy Beleid.