30 januari Bedrijfsreportage melkveebedrijf Familie Renders Rijkevorsel

Paul Ceyssens, technical advisor bij Limagrain Belgium, was op bezoek bij de familie Renders in Rijkevorsel, in het hartje van de Antwerpse Kempen. Phille Renders, voorzitter Antwerpse Groene Kring, leidt ons rond op het bedrijf. Als voorzitter van de Antwerpse Groene kring probeert hij een meerwaarde te zijn voor de jonge landbouwer.

Dag Phille, bedankt dat we mogen komen voor de bedrijfsreportage. Misschien kan je een kort bedrijfsprofiel geven.

Phille: “Dit is een melkveebedrijf met 180 melkkoeien. Mijn vader runt grotendeels het bedrijf, moeder gaat nog buitenshuis werken, ikzelf werk ook buitenshuis bij Bovigen maar ik help mee als zelfstandige helper. Samen doen we eigenlijk een heel deel van de werkzaamheden. Ik neem de kalveropfok op mij. Mijn vader is meer met de koeien bezig. Melken doet grotendeels mijn vader maar normaal probeer ik ’s morgens en ’s avonds mee te melken en te voederen. Dat doen we eigenlijk altijd samen maar voor de rest is hij nog altijd verantwoordelijk.”

Een goede samenspraak dus voor de taakverdeling?

“Ja, mijn vader bemoeit zich niet met de kalveren en de jongveefok. Als een vaars vanaf de leeftijd van 2 jaar hier binnenkomt, vanaf dan neemt hij de verantwoordelijkheid over. En de fokkerij zoals het insemineren doet hij ook grotendeels.”

Ik zie hier vooral zwartbonte Holsteinkoeien. Je kunt misschien iets meer vertellen over de genetica en de productie?

“Onze koeien hebben dit jaar een productie van een 12.200 l melk. En vooral de genetica is onze hobby, zowel van mijn vader als van mij. We hebben geen grote machines maar onze hobby is d.m.v. genetica zo goed mogelijke, functionele koeien te fokken. Een klein aantal prijskampen proberen we ook mee te doen.

Mijn vader houdt vooral van Canadese koeien met grote koppen en grote muilen om veel ruwvoeder te kunnen opnemen, verteren en melk van te maken en om zo goed mogelijke koeien te melken. Dat is onze passie. Wij werken al jaren samen met Bovigen maar het is niet zo dat we ons binden. We werken met verschillende KI-firma’s. We kijken altijd op de lijsten met Amerikaanse, Canadese of Italiaanse basis. Daaruit proberen we de juiste koefamilies uit te zoeken. Het is een echte sport. We zijn daar in de melkstal mee bezig ’s morgens: als een koe tochtig staat, wat gaan we daarop zetten? Wat gaan we gebruiken? ’s Morgens even op de computer kijken, we zijn er altijd mee bezig.”

Dit zijn zeer grote koeien.

“Kasten van koeien om veel ruwvoeder te kunnen verteren… dat is altijd de basis geweest. Mijn vader zei altijd: je moet koeien met een zescilinder hebben, geen vier. Die moeten een kas hebben, die moeten van voor breed staan met plaats voor het hart en de longen, die zo veel ruwvoeder kunnen opnemen. Dit is altijd onze drive.”

Ik zie ook veel gras in het rantsoen van de melkkoeien.

“Ja, we proberen zoveel mogelijk gras in het rantsoen te verwerken. Er zit nu ongeveer zo’n 10 kg in het rantsoen, om het eiwit naar beneden te krijgen uit krachtvoer, omdat dat duur is in aankoop. We proberen dat zoveel mogelijk te minderen en uit eigen ruwvoer te halen. De kuil is nu 1000 VEM, 220 eiwit ongeveer, met ook best wat suiker erin. Maar het voedert goed op dit moment. Mijn vader wil dat altijd, zoveel mogelijk ruwvoer in de koe krijgen en dan vooral door gras te voederen. En voor de rest maïs.

Het laatste jaar hebben we wat geëxperimenteerd met het maïsrantsoen. Dat pakken we vooral aan met LG 31.205. Dat is het maïsras dat best past bij ons in het rantsoen. Wanneer er het meest zetmeel in het rantsoen is, het meest zetmeel in de mais, daar melk je het hardst van. Dit ras zorgt eigenlijk voor alles: LG 31.205 zorgt voor veel VEM maar ook vooral voor zetmeel. Die vinden we heel belangrijk. Het is het eerste punt waar we naar kijken, dat maïs heel veel zetmeel bijbrengt in het rantsoen. Daar melken we standaard het hardst van met het minste krachtvoer.”

Inderdaad, LG 31.205 is een Starplus-ras, dat betekent vooral maïs met veel hoogwaardig zetmeel. In rantsoenen met veel gras, daar moet je natuurlijk kijken naar zetmeel. Hoe zit het naar volgend jaar toe?

LG 31.205 gebruiken we vooral naast Italiaans. Na een snede Italiaans is dat een heel goed ras. Dan lijkt dat bijna op een laat ras omdat het zoveel massa bijbrengt op deze zandgrond. Hier moeten we wel een ras hebben dat snel afrijpt, dat we rap kunnen afdoen. Dat is zeer belangrijk en hebben we al ondervonden.

Maar voor volgend jaar denken we aan een iets later ras, dat nog iets meer opbrengst per hectare geeft. We denken dat LG 32.257 gaat lukken op onze grond. We zien hiervan goede resultaten op de rassenlijsten. LG 32.257, daar gaan we mee pionieren en een paar ha van gebruiken.”

LG 32.257 is niet alleen een Starplus-ras met veel onbestendig zetmeel, het is ook een Hydraneo-ras.

“Dat past bij ons op onze zandgrond wel perfect, volgens mij. Want als er iets belangrijk is in drogere jaren, is het de droogteresistentie. Dat zou ons hard vooruithelpen.”

Jullie werken ook met Agrility. Wat is jullie ervaring hiermee? Hoe is het bij jullie gelopen om het oogstmoment te bepalen?

Agrility kan echt het verschil maken. Bij ons op het bedrijf heeft het zeker voordelen. Ik doe de laatste jaren de rassenkeuze en de opvolging van het maïsland. Ik zat bijvoorbeeld in Amerika toen het moment van het hakselen aan het naderen was. Vanuit Amerika kon ik met mijn vader meekijken naar de percelen op Agrility. Het drogestofgehalte was rap gestegen maar we konden nog op tijd ingrijpen en de oogst inplannen. In droge jaren konden we ons daaraan soms mispakken, want het DS-gehalte mag niet te hoog zijn. De opname van de mais is dan veel te laag, terwijl ons doel
juist is zoveel mogelijk ruwvoer in de koe te krijgen.”

Phille, ik zie dat jullie met een zelfrijdende mengwagen rijden om de koeien te voederen?

“Ja klopt, een paar zomers geleden hebben we veel zelfrijdende mengwagens getest. We hebben veel getest met een frees vooraan om vlak af te snijden. We hadden altijd al een vlak snijmes voor het uitkuilen en vanonder een plaat. Wat we wel merkten als we met een frees werkten, was dat er altijd een dun laagje overbleef dat we niet opgefreesd kregen. We werken met losse producten zoals draf en pulp. Maar dan kwamen we uit bij Trioliet, je rijdt met de plaat over de grond en met het mes snij je af op een vaste schoep zodat je een strak uitkuilbeeld krijgt.

Die machine kostte te veel voor onze bedrijfsgrootte. Boekhoudkundig konden we dat niet verantwoorden. Een paar jaar geleden hielp ik af en toe melken bij een buurman als hij op reis was. Die van hem was ook versleten, en zo hebben we uiteindelijk samengewerkt. We hebben dat goed afgewogen: het ging om twee gelijkaardige types van bedrijven, we hebben ongeveer evenveel dieren, het is niet ver weg en we vertrouwden elkaar. We hebben een constructie uitgewerkt. De kosten worden gedeeld. Het tanken wordt bijgehouden. De mengwagen verbruikt 11-12 liter, voedert ongeveer 500 beesten per jaar. We werken er nu al meer dan 2 jaar mee, we vernieuwen het mes indien nodig. Alles loopt goed. Goede afspraken maken is het belangrijkst!”

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang onze nieuwtjes in je mailbox.

    privacy Beleid.