
22 september Doorzaaien: zo vergroot u de kans op succes
De droge en hete zomer heeft op veel graslandpercelen duidelijk zijn sporen nagelaten. Door de aanhoudende droogte kreeg de graszode het zwaar te verduren, met open plekken en meer ruimte voor ongewenste grassen als gevolg. Is ook uw graszode te open of is het aandeel slechte grassen in uw weide toegenomen? Dan kan doorzaaien een oplossing zijn zonder het perceel volledig opnieuw te moeten inzaaien.
Doorzaaien is relatief goedkoop en houdt het perceel in productie. In de praktijk lukt dit echter niet altijd. Het succes hangt vooral af van een goede voorbereiding en van de juiste omstandigheden. Als de zode echter te veel ongewenste grassen bevat, is het aangewezen opnieuw in te zaaien.
Hoe pakt u doorzaaien aan?
De jonge kiemplant moet voldoende licht en vocht krijgen en tegelijk zo weinig mogelijk concurrentie ondervinden van de bestaande zode.
Volg daarbij het volgende stappenplan:
- Maai kort: Maai de bestaande graszode terug tot ongeveer 4 cm. Zo krijgt het jonge gras meer licht. Ook kort beweiden is een optie.
- Werk de zode open: Gebruik een wiedeg om dood materiaal, oppervlakkig wortelende slechte grassen en onkruiden te verwijderen. Zo creëer je een open zode voor de nieuwe zaadjes.
- Zaai onder goede omstandigheden: Zaai niet te diep in een vochtige bodem. Het is belangrijk dat er na het zaaien goed regent.
- Druk de bodem aan: Rol of druk het perceel na het zaaien goed aan. Het aandrukken beperkt uitdroging en zorgt ervoor dat het zaadje contact heeft met de bodem. Dit is belangrijk voor de kieming.
- Zorg ervoor dat het jonge gras voldoende licht krijgt. Tijdig maaien of licht beweiden kan daarbij helpen.
Kies een snel kiemend en concurrerend mengsel
Doorzaaien vraagt een ander mengsel dan een volledige herinzaai. De jonge planten moeten zich immers vestigen tussen een bestaande zode.
Engels raaigras is daarom vaak de basis van een specifiek doorzaaimengsel zoals Belpré REVITA. Het kiemt snel, vestigt zich gemakkelijk en kan goed concurreren met de bestaande grassen.
Een combinatie van tetraploïde en diploïde rassen kan interessant zijn: tetraploïde variëteiten hebben grotere zaden met betere kiemkracht, terwijl diploïde rassen bijdragen aan een dichtere zode.
Stem het mengsel ook af op het gebruik van het perceel, bijvoorbeeld maaien of beweiden.
Waarom loopt doorzaaien soms mis?
De belangrijkste oorzaak is concurrentie van de bestaande zode. De jonge kiemplant moet strijden om licht, vocht en ruimte.
Andere veel voorkomende oorzaken zijn:
- onvoldoende bodemcontact;
- droogte na het zaaien;
- een te dichte of te hoge bestaande zode;
- te zware bemesting kort na het zaaien;
- een onderliggend probleem zoals verdichting, slechte ontwatering of een te lage pH.
Doorzaaien kan een open of verouderde zode herstellen, maar lost geen structureel bodemprobleem op.
Doorzaaien of herinzaaien?
Doorzaaien is vooral geschikt wanneer er nog voldoende goede grassen aanwezig zijn en de bodemstructuur in orde is. Bij een verouderde mat met veel probleemgrassen, structuurschade of slechte ontwatering is een volledige herinzaai meestal de betere keuze.
Kort samengevat: doorzaaien werkt vooral wanneer de basis van het perceel nog goed zit. Een goede voorbereiding, voldoende vocht en goed bodemcontact van de zaden maken daarbij het verschil.
