
30 december Droogte: een groeiende uitdaging voor de maïsteelt
De laatste jaren krijgen maïstelers steeds vaker te maken met droge periodes. Waar regen vroeger min of meer vanzelfsprekend leek, zorgt klimaatverandering vandaag voor grillige neerslagpatronen en langere periodes zonder regen. Voor een gewas als maïs, dat sterk afhankelijk is van water tijdens de groeifase, kan droogte grote gevolgen hebben voor opbrengst en kwaliteit. Hoe beïnvloedt droogte de maïsteelt, en wat kunnen landbouwers doen om zich daartegen beter te wapenen?
Water: de motor van groei
Maïs is een C4-plant. Dat betekent dat ze in vergelijking met C3-gewassen zoals tarwe efficiënter met water en CO₂ omgaat. Toch blijft voldoende vocht cruciaal. In elke groeifase speelt water een sleutelrol: bij de kieming is vocht nodig om de zaden te laten zwellen; tijdens de vegetatieve groei stimuleert water de ontwikkeling van stengel en bladeren; en bij de bloei bepaalt de hoeveelheid water grotendeels de korrelvorming en -vulling.
Watertekort remt deze processen op verschillende manieren. De plant sluit haar huidmondjes om verdamping te beperken, waardoor de opname van CO₂ afneemt en de fotosynthese vertraagt. Dit vermindert de opbouw van biomassa en leidt tot kleinere kolven. Vooral droogte rond de bloei (ongeveer twee weken vóór en na de bloei) is funest: het wateraanbod zal bepalen of de bloei goed verloopt en hoeveel korrels uiteindelijk worden gevormd.
De gevolgen van droogte voor de maïsteler
De effecten van droogte verschillen naargelang het bodemtype, perceel en moment in het groeiseizoen. Op zandgronden treedt sneller vochttekort op dan op klei- of leemgronden, die meer water kunnen vasthouden. Wanneer droogte optreedt vóór de bloei, blijven de planten vaak kleiner en produceren ze minder bladoppervlak. Droogte tijdens of net na de bloei kan de bestuiving verstoren, waardoor kolven minder gevuld zijn of zelfs helemaal leeg blijven. Droogte tijdens de korrelvulling zorgt op haar beurt voor kleinere korrels en dus minder opbrengst.
Droogte leidt niet alleen tot opbrengstverlies, ze beïnvloedt ook de kwaliteit. Dit heeft rechtstreeks gevolgen voor de voederwaarde bij kuilmaïs. Bovendien verhoogt langdurige droogte de kans op nitraatresidu’s in de bodem, omdat de
plant dan minder stikstof kan opnemen.
Klimaatverandering maakt droogte structureel Volgens klimaatmodellen zal de kans op extreme droogte in West-Europa de komende decennia verder toenemen. Niet alleen de hoeveelheid neerslag verandert, ook de verdeling ervan over het jaar. We krijgen nattere winters en drogere zomers, met meer korte, hevige buien die slecht infiltreren. De uitdaging ligt dus niet enkel in het tekort aan regen, maar ook in het efficiënt benutten van het beschikbare water.
Wat kunnen maïstelers doen?
Gelukkig bestaan er tal van maatregelen die de impact van droogte beperken. Die maatregelen situeren zich op drie niveaus: bodembeheer, rassenkeuze en teelttechniek.
- Bodembeheer: water vasthouden waar het valt
Een gezonde bodem is de beste verzekering tegen droogte. Organische stof speelt daarin een sleutelrol: ze verbetert de structuur, verhoogt het waterhoudend vermogen en bevordert de infiltratie. Door regelmatig organische mest of compost toe te dienen en groenbemesters in te zaaien, kan het organischestofgehalte geleidelijk worden opgebouwd.
Ook niet-kerende bodembewerking (NKB) en minimale grondbewerking winnen aan belang. Deze technieken beperken verdamping en erosie, en zorgen ervoor dat vocht beter beschikbaar blijft voor de wortels. Bodemverdichting is nefast voor de wortelontwikkeling en bijgevolg ook voor de wateropname. Een goede bodemstructuur draagt bij aan de ontwikkeling van het wortelstelsel en zorgt voor optimale wateropname.
- Rassenkeuze: genetische vooruitgang van HYDRANEO-rassen benutten
Veredelaars werken volop aan droogtetolerante maïsrassen. Deze rassen zijn gekenmerkt door beter ontwikkelde wortels, efficiëntere waterbenutting en een kortere groeicyclus waardoor ze beter droogtestress verdragen. Zware droogtestress veroorzaakt onvermijdelijk opbrengstverlies maar dit verlies kan wel beperkt worden door de keuze voor een droogtetolerante variëteit. Hydraneo-rassen onderscheiden zich door een hoog opbrengstpotentieel in combinatie met een uitstekende droogtetoleratie waardoor ze relatief weinig opbrengst verliezen bij toenemende droogtestress.
- Teelttechniek: timing en precisie
Ook binnen de teelt zelf kunnen aanpassingen helpen. Een optimale zaaidatum – niet te vroeg, zodat de bodem voldoende opgewarmd is, maar ook niet te laat, om de bloei niet in de heetste weken te laten vallen – is essentieel. Waar
irrigatie economisch haalbaar is, blijft dit de meest directe manier om droogteschade te beperken.
De wetenschap achter het HYDRANEO-label
Omdat droogtetolerantie al jaren actueel is, heeft Limagrain een gepatenteerde methode ontwikkeld om de droogtetolerantie te evalueren en op basis daarvan nieuwe rassen te ontwikkelen.
1 Op meer dan 100 locaties, van West- tot Oost- Europa, zijn researchpercelen uitgerust met allerhande toestellen om de droogte- en hittestress te meten:
- Tensiometers stellen vast hoeveel vocht de toplaag kan vasthouden (droogtestress).
- Pluviometers geven de neerslaghoeveelheid per dag weer.
- Thermometers meten de hittestress.
Op die manier kunnen we vaststellen over welke periodes de stress het grootst is.
2 Als we al deze informatie in beeld hebben, kunnen we exact aanduiden welke percelen te kampen hadden met stress (droogte en hitte) in de belangrijkste periode voor de maïs, namelijk van de bloei totdat de korrels gevuld zijn (2e helft augustus). Dit gebeurt via een computermodel. De stressfactor wordt aangegeven door een bepaald getal tussen 0 en 100. Stresstolerantie is de capaciteit van een variëteit om haar opbrengstpotentieel te behouden, ook in stresscondities.
3 Variëteiten die na minstens 3 jaren met droogtestress 10 tot 20% meeropbrengst geven t.o.v. de getuigerassen, krijgen het label HYDRANEO.
Droogte is niet langer een uitzondering
Droogte is niet langer een uitzondering, maar een structureel risico waarmee elke maïsteler rekening moet houden. De sleutel is weerbaarheid: een combinatie van gezonde bodems, aangepaste rassen en de juiste teelttechnieken.
Hydraneo-rassen 2026
- LG 31.206 (FAO 190): KUIL
- CROSBEY (FAO 200): KORREL
- ASHLEY (FAO 210): KORREL/KUIL
- JAKLEEN (FAO 210): KUIL
- LG 31.217 (FAO 210): KUIL
- LG 31.219 (FAO 210): KORREL/KUIL
- LG 31.251 (FAO 215) KUIL
- LG 31.231 (FAO 220) KUIL
- LG 31.232 (FAO 220): KUIL
- MELUSEEN (FAO 220): KUIL
- LG 31.242 (FAO 225): KUIL
- LG 32.257 (FAO 225) KORREL/KUIL
- WESLEY (FAO 225): KUIL/KORREL
- LEONTEEN (FAO 235): KUIL
- LG 31.271 (FAO 235): KUIL
- LG 31.272 (FAO 235) KUIL/KORREL
- LG 31.301 (FAO 240): KUIL
- ADEVEY (FAO 250): KORREL/KUIL
