
04 augustus Droogtestress bij maïs: noodoogst of nog wachten?
Droogte en hoge temperaturen, oftewel droogtestress, kunnen de ontwikkeling van silomaïs sterk verstoren. We hoeven een verdroogd gewas niet meteen te hakselen. De juiste oogstdatum hangt af van het ontwikkelingsstadium van de maïs, de korrelzetting en het aantal groene bladeren dat nog aanwezig is. Een grondige beoordeling in het veld is daarom noodzakelijk.
Dit zijn de data van het KMI om u een idee te geven van hoe juli 2026 eruit ziet in cijfers.
| Indicator | Juli 2026 | Normaal 1991–2020 |
|---|---|---|
| Neerslag Ukkel | 10,6 mm | 76,9 mm |
| Neerslagdagen | 3 dagen | 14,3 dagen |
| Gemiddelde temperatuur | 20,9 °C | 18,7 °C |
| Zonneschijn | 307 u 51 min | 203 u 14 min |
| Zonnestraling | 194 kWh/m² | 154,3 kWh/m² |
Dat betekent dat in Ukkel ongeveer 86% minder neerslag viel dan normaal. In het grootste deel van België bedroeg de neerslag slechts 1 tot 9% van de normale hoeveelheid voor juli. Alleen in Belgisch Lotharingen lag dat aandeel iets hoger, rond 13%.
Streef naar 32 à 33% droge stof
Onder normale omstandigheden oogst de landbouwer silomaïs idealiter bij een drogestofgehalte van ongeveer 32 tot 33% in de volledige plant. Op dat moment is er doorgaans een goed evenwicht tussen opbrengst, voederwaarde, verdichting en bewaring in de kuil.
Bij maïs die sterk onder droogtestress heeft geleden, is dit evenwicht moeilijker te beoordelen. Het doel blijft om het gewas te oogsten op een moment waarop het voldoende droge stof bevat om goed te bewaren, maar nog voldoende groen plantmateriaal heeft om een goede verdichting en verzuring mogelijk te maken.
Te vroeg oogsten geeft een te nat product met een verhoogd risico op sapverliezen en een slechte conservering. Te lang wachten kan dan weer leiden tot een te droog gewas dat moeilijk verdichtbaar is. Tijdens warm weer kan het drogestofgehalte bovendien bijzonder snel stijgen.

Het moment van droogtestress is bepalend
De gevolgen van droogte verschillen naargelang het moment waarop de droogtestress optreedt.
Tijdens de bloei of in de drie weken daarna verstoort droogte de bevruchting ernstig. Droogte tijdens de bloei of in de drie weken daarna verstoort de bevruchting, waardoor planten minder levensvatbare korrels produceren en pas gevormde korrels afstoten.
Droogte tijdens de korrelvulling leidt eerder tot kleinere en minder goed gevulde korrels. De voortijdige uitdroging van stengel en bladeren beperkt de opbrengst en laat het gewas sneller rijpen.
De beoordeling moet altijd binnen in het perceel gebeuren. De planten aan de perceelsrand kunnen er namelijk veel beter of slechter bij staan dan het gewas in het midden.
Beoordeling vóór de vrouwelijke bloei
Wanneer het gewas nog niet heeft gebloeid, zijn verschillende situaties mogelijk.
Zijn alleen de onderste bladeren bruingrijs en zijn de overige bladeren opgerold en grijsgroen, dan is het groene bladoppervlak meestal nog actief. Bij regen kan de plant opnieuw groeien, al zal de uiteindelijke plantlengte beperkt blijven. Met ongeveer 22% droge stof is het in deze situatie doorgaans nog te vroeg om te hakselen.
Wanneer meer dan 30% van de bladeren bruin is, maar nog voldoende groene bladeren aanwezig zijn, kan het gewas zich bij regen mogelijk gedeeltelijk herstellen. Het is dan meestal aangewezen om de bloei en de korrelzetting af te wachten.
Wanneer er minder dan twee groene bladeren overblijven en er geen nieuwe bladeren meer ontstaan, herstelt de plant ook na regen nauwelijks. In dat geval moet de oogst snel worden overwogen om de voederkwaliteit en de inkuilbaarheid zo goed mogelijk te behouden.
Beoordeling na de vrouwelijke bloei
Na de bloei is vooral de combinatie van bladgroen en korrelzetting van belang.
Wanneer minder dan de helft van de bladeren nog groen is en de bloei slecht is verlopen, is de kans op een goede korrelvorming beperkt. In zware gevallen zijn zelfs geen kolven aanwezig. Omdat extra regen de potentiële opbrengst nauwelijks nog zal verhogen, is een snelle oogst vaak de beste keuze.
Nu het merendeel van de bladeren nog groen is en de bloei normaal is verlopen, wachten we beter tot het aantal korrels definitief vastligt. Dit gebeurt ongeveer 15 tot 20 dagen na de vrouwelijke bloei.
Kijk niet alleen naar de bladeren bij droogtestress
Een bruin of verdroogd gewas ziet er vaak droger uit dan het werkelijk is. Het aantal korrels en de rijpheid van de kolf bepalen in belangrijke mate het drogestofgehalte van de volledige plant.
Bij een grote plant met weinig of geen korrels kan de volledige plant nog relatief nat zijn, zelfs wanneer een groot deel van de bladeren bruin is. Regen of zware dauw kan het drogestofgehalte van zulke planten bovendien opnieuw sterk doen dalen.
Bij kleinere planten met een goed gevulde kolf wordt het drogestofgehalte vooral bepaald door de rijpheid van de korrels. In dat geval is de beoordeling van de korrel belangrijker dan de kleur van de bladeren.
Rond het ideale oogstmoment zijn in de korrel ongeveer gelijke delen melkachtig, deegachtig en hard zetmeel zichtbaar.
Beslissingsmatrix: noodoogst of verder afwachten?
Voer de beoordeling pas uit na een representatieve veldcontrole.
Meetprotocol
| Controle | Werkwijze |
|---|---|
| Aantal kolven per m² | Tel de kolven in minimaal 3 zones van elk 10 m². Bereken daarna het gemiddelde per m². |
| Aantal korrels per kolf | Controleer minimaal 3 reeksen van 20 opeenvolgende kolven verspreid over het perceel. |
| Levensvatbare kolven | Neem alleen kolven mee die meer dan 70 levensvatbare korrels bevatten. |
| Aantal korrels per m² | Vermenigvuldig het gemiddelde aantal kolven per m² met het gemiddelde aantal korrels per kolf. |
| Groen bladoppervlak | Schat welk percentage van het blad nog groen en actief is. Controleer ook hoeveel groene bladeren per plant overblijven. |
| Moment na vrouwelijke bloei | Bereken het aantal graaddagen na de vrouwelijke bloei. Het aantal korrels ligt rond 250 graaddagen, basis 6 °C, meestal na 15 tot 20 dagen, grotendeels vast. |
Beslissingsmatrix
| Situatie in het perceel | Herstelpotentieel | Verwachte meerwaarde van wachten | Advies |
|---|---|---|---|
| Minder dan 15 tot 20 dagen na de vrouwelijke bloei of nog geen 250 graaddagen | Nog moeilijk te beoordelen | Korrelzetting is mogelijk nog niet volledig vastgelegd | Wacht enkele dagen en beoordeel opnieuw. Volg bladvergroening, korrelzetting en verdere verdroging nauwkeurig op. |
| Minimaal 50% groen blad, voldoende groene bladeren en een goede bevruchting | Redelijk tot goed | Verdere korrelvulling en opbrengstvorming blijven mogelijk | Wacht af. Controleer het perceel meerdere keren per week. |
| Minder dan 50% groen blad, maar nog minstens twee functionele groene bladeren en een redelijke bevruchting | Beperkt | Enige verdere opbrengstvorming is mogelijk, maar het risico op snelle achteruitgang stijgt | Volg intensief op. Bereid de oogst voor en controleer het drogestofgehalte. |
| Minder dan 50% groen blad en een slechte bevruchting | Laag | Wachten levert meestal weinig extra opbrengst op | Overweeg een snelle oogst. Beoordeel voederwaarde, hakselbaarheid en inkuilbaarheid. |
| Minder dan twee groene bladeren per plant | Zeer laag | Nauwelijks herstel of verdere korrelvulling te verwachten | Noodoogst ernstig overwegen. Stel de beslissing niet onnodig uit. |
| Minder dan twee groene bladeren én weinig levensvatbare kolven of korrels | Nagenoeg afwezig | Wachten verhoogt vooral het risico op verdere uitdroging en kwaliteitsverlies | Zo snel mogelijk oogsten, zodra het gewas technisch goed kan worden gehakseld en ingekuild. |
Praktische beslisregel
Afwachten is vooral verantwoord wanneer:
- het perceel nog minimaal 50% groen blad heeft;
- er voldoende actieve bladeren overblijven;
- de bevruchting redelijk tot goed is;
- verdere korrelvulling nog mogelijk is.
Noodoogst overwegen is aangewezen wanneer:
- minder dan 50% van het blad nog groen is;
- minder dan twee groene bladeren per plant overblijven;
- weinig kolven meer dan 70 levensvatbare korrels bevatten;
- de bevruchting slecht is;
- wachten nauwelijks nog extra opbrengst kan opleveren.
Belangrijk: combineer deze veldbeoordeling altijd met het actuele drogestofgehalte. Een zwaar verdroogd gewas kan aan de buitenkant droog lijken, terwijl stengel en kolf nog te veel vocht bevatten voor een goede bewaring.
Vermijd een slecht compromis bij ongelijke percelen
Percelen met zowel volledig verdroogde als nog groene zones vragen extra aandacht. De verhouding tussen beide zones moet bepalen of het hele perceel wordt geoogst of dat nog wordt gewacht.
Wanneer een groot gedeelte van het perceel geen bijkomende opbrengst meer kan vormen, kan het verstandig zijn om eerst de droogste percelen of perceelsdelen te hakselen. De groenere zones kunnen eventueel later worden geoogst.
In sterk heterogene percelen kunnen daarom twee afzonderlijke oogstmomenten een beter resultaat opleveren dan één gemiddeld compromis.
Droogtestress vraagt een combineerde beslissing
De kleur van het gewas alleen is geen betrouwbare indicator voor het juiste hakselmoment. Bij droogtestress moet de beslissing worden gebaseerd op een combinatie van korrelzetting, korrelrijpheid, aantal groene bladeren, plantgrootte en weersverwachting.
Controleer het gewas daarom regelmatig en op meerdere plaatsen in het perceel. Zeker bij warm en droog weer kan het drogestofgehalte snel veranderen en is een goede opvolging essentieel om de voederwaarde en bewaring van de maïs te optimaliseren.
Geïnspireerd op dit artikel van Arvalis.
