06 januari Een goed rantsoen start bij de juiste maïsrassenkeuze

In het streven naar steeds hogere producties en een betere gezondheid van de dieren is een uitgebalanceerd rantsoen cruciaal. Bij het berekenen van deze rantsoenen kan niets aan het toeval overgelaten worden. Kuilanalyses zijn hierbij een essentiële schakel die niet meer weg te denken is uit het moderne management van de veehouderij. Hierover spraken we met Bob Fabri (productmanager forage solutions) en Damien Xhonneux (business development) van Eurofins Agro. Eurofins Agro is marktleider in de agrarische sector voor de analyse van kuilvoer, waaronder maiskuilen.

Interview met Bob Fabri en Damien Xhonneux

Hoe beoordelen jullie de kwaliteit van kuilmaïs? Waar wordt vooral rekening mee gehouden bij de analyse?

Eerst en vooral willen we meegeven dat niet alleen de kwaliteit van de kuilmaïs op het moment van de staalname telt. De evolutie tijdens het inkuil- en bewaarproces is minstens even belangrijk. Zo bekijken we hoe een kuil zich ontwikkelt tijdens de bewaring. Een goede parameter hiervoor is de evolutie van de bestendigheid van het zetmeel. De energiewaarde van de kuil is uiteraard belangrijk maar kijk hiervoor niet alleen naar het VEM-gehalte, want dat zegt bijvoorbeeld niets over de plaats waar de energie vrijkomt, hetzij de pens, hetzij de dunne darm. In dat opzicht is het goed om extra aandacht te besteden aan het zetmeelgehalte (aandeel bestendig en onbestendig) en de dNDF (verteerbaarheid van het NDF), en meer bepaald de afbraaksnelheid van het zetmeel en de NDF in de koe op verschillende momenten.

De laatste jaren zien we dat steeds meer veehouders opteren voor het CNCPS-systeem. Wat zijn de grote verschillen tussen het VEM- en het CNCPS-systeem op het vlak van maïskuilanalyses?

Het VEM-systeem is een “energie-systeem” dat voornamelijk kijkt naar de energie die uit een product komt. Het is ontwikkeld in Nederland en is door zijn oorsprong veelal met energierijke producten gemodelleerd. Voor energierijke enkelvoudige producten, zetmeelrijke maïs en goede voordroogkuil is het VEM-systeem goed aangepast. Luzerne, klaver, sorghum en kuilen van kruidenrijk grasland bijvoorbeeld worden slechter beoordeeld in het VEM-systeem terwijl er in de praktijk toch goed mee gemolken kan worden. Ze doen het dus duidelijk beter dan de VEM-analyses laten uitschijnen. Het CNCPS-systeem waardeert deze producten correcter door de nadruk te leggen op pensfermentatie, afbraak in de pens en penseiwit.

Met andere woorden, er wordt gekeken naar de snelheid van afbraak en passage in de pens. Zo zien we bijvoorbeeld dat luzernekuilen er beter uitkomen in rantsoenen gemaakt volgens het CNCPS-principe terwijl graskuilen met Engels raaigras er beter uitkomen in rantsoenen gemaakt volgens het VEM-principe. Wat ook meespeelt, vooral bij kruidenrijke graslanden, is de smakelijkheid, waardoor er meer van opgenomen wordt, wat de waardering van de voederwaarde nog complexer maakt. De redenering kan doorgetrokken worden voor maïskuilen.

Bij maïskuilen waar de energie voornamelijk afkomstig is uit zetmeel, zal het VEM-systeem zeker volstaan. Voor maïskuilen waar de energie in verhouding meer uit de goed verteerbare stengels en bladeren (goede celwandverteerbaarheid) komt, zal het CNCPS-systeem de voederwaarde correcter beoordelen. We zien wel dat de meeste grote adviesbedrijven en onderzoekscentra vandaag al werken met “geüpdatete versies” van het VEM-systeem door enkele parameters toe te voegen die ook rekening houden met de afbraaksnelheid van het rantsoen. Daarmee hebben ze de vertaalslag gemaakt naar het CNCPS-systeem.

Welke kwaliteitsparameters van maïs hebben volgens jullie de grootste invloed op de melkproductie of groeiresultaten bij vee?

Staar je niet blind op de VEM-gehaltes van de maïskuil. Het zetmeelgehalte en de verteerbaarheid van de celwanden (dNDF) zijn minstens even bepalend. Probeer vooral ook de pens gezond te houden door een goede balans tussen het zetmeel en de dNDF.

Een maïsras moet vooral goed passen in de totaliteit van het rantsoen. Je teelt uiteindelijk maïs om melk of vlees van te maken. Je kan de keuze van het maïsras dus best afstemmen op de voederwaarde van het gras of de strategie die toegepast wordt bij de grasproductie. Heb je bijvoorbeeld een groot aandeel maïs in het rantsoen of streef je ernaar om het gras altijd jong te maaien en heb je een energierijke kuil met veel gras, dan kies je best een HDi-maïsras met een hoge verteerbaarheid van stengel en bladeren.

Wat is de toegevoegde waarde van de parameter dNDF?

De dNDF is een parameter die de benutting van de stengel en bladeren van de maïsplant aangeeft. Met dNDF kan je zeer goed gaan inschatten hoe goed de koeien de maïskuil effectief zullen benutten en omzetten in melkproductie of groei. Het bezorgt extra informatie. Zeker wanneer je rekening houdt met de afbraaksnelheid en verder gaat kijken waar en wanneer in het maagdarmstelsel de energie uit de vezels beschikbaar komt. Veehouders en nutritionisten die met het CNCPS-systeem werken, beseffen dit al zeer goed. Bij veehouders die zweren bij het VEM-systeem, wordt deze parameter vaak buiten beschouwing gelaten maar ook dit evolueert nu snel.

Noteer wel dat bedrijven die met eigen kengetallen werken, de dNDF in hun rantsoeneringsprogramma’s zeker meenemen. Alleen is dit minder zichtbaar op het verslag en dus voor de veehouder minder zichtbaar.

Voederwaarderingssystemen bij rundvee

De voederkosten voor melkvee maken meer dan 50% uit van de totale kostprijs van melk. Het is daarom belangrijk om veel aandacht te besteden aan de voedingsstrategie.

Alleen door het rantsoen af te stemmen op de behoeften van de koe, kunnen de voederkosten per liter melk laag blijven en kan de productie geoptimaliseerd worden. Dit geldt evengoed voor vleesvee. Het VEM/DVE-systeem is in België het meest gebruikte systeem voor de voederwaardering. Het dateert al van de jaren 70. De laatste jaren zijn ook andere systemen zoals CNCPS in opmars. Wij onderzochten de verschillen tussen de beide systemen en de manier waarop het systeem de voederwaardering van maïskuilen beïnvloedt.

VEM/DVE

VEM staat voor voedereenheid melk. Het is een maat voor de hoeveelheid netto-energie die een koe uit een bepaald voeder kan halen voor melkproductie, groei en onderhoudsbehoefte. De VEM-waarde wordt bepaald op basis van het gehalte aan verteerbaar ruw eiwit, verteerbare organische stof, verteerbare ruwe celstof, verteerbaar ruw vet en verteerbare koolhydraten zoals suikers, zetmeel en overige koolhydraten. Hieruit blijkt dat de verteerbaarheid van het voer, uitgedrukt als VC-OS, een belangrijke invloed heeft op de uiteindelijke VEM-waarde. Voor vleesvee wordt er gewerkt met VEVI (voedereenheid vleesvee intensief) wat een variant is op VEM. In tegenstelling tot bij
CNCPS is het VEM-systeem een statisch systeem dat geen rekening houdt met de verteringssnelheid van het voeder in de koe.

CNCPS

CNCPS staat voor Cornell Net Carbohydrate and Protein System en werd in de jaren ‘90 ontwikkeld aan de Cornell University in de Verenigde Staten van Amerika. Het wordt net zoals het VEM-systeem gebruikt om rantsoenen voor rundvee te berekenen. CNCPS gaat nog wat verder dan het VEM-systeem door ook rekening te houden in het rantsoen met de passagesnelheid van nutriënten en het type nutriënt dat de energie levert (bijv. lipogeen, glucogeen of aminogeen). De passagesnelheid van nutriënten heeft een sterke invloed op de opname ervan en dus ook op de melkproductie en groei.

Celwandverteerbaarheuid EN dNDF

De dNDF (digestibility Neutral Detergent Fiber) staat voor de verteerbaarheid van de celwanden of de vezels. Dit zegt veel over de verteerbaarheid van de stengel en de bladeren van de maïsplant. Het is een belangrijke parameter in de berekening van het rantsoen van rundvee, zeker in het CNCPS-systeem. Toch is dNDF nog niet bij alle veehouders goed gekend. Dit is normaal aangezien deze parameter niet gebruikt wordt in de oude versies van het VEM-systeem. We zien wel dat steeds meer labo’s deze parameter nu op hun kuilanalyses zetten.

Ook binnen het VEM-systeem houden nutritionisten steeds vaker rekening met de dNDF en de verteringssnelheid. Wat blijkt? De LGAN HDi-rassen hebben de hoogste dNDF-waarde op de Belgische markt.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang onze nieuwtjes in je mailbox.

    privacy Beleid.