13 april Gras en maïs in het voorjaar: groei, bemesting en timing

Gras en maïs vragen in het voorjaar steeds meer om een perceelsgerichte aanpak. Verschillen in bodemstructuur, vochttoestand en beschikbaarheid van nutriënten zorgen ervoor dat percelen niet uniform reageren. Wie vandaag rendement wil maximaliseren, moet bijsturen op basis van wat er effectief op elk perceel gebeurt.

Grasgroei in het voorjaar: grote verschillen tussen percelen

De grasgroei is dit voorjaar duidelijk begonnen, maar de variatie tussen percelen is opvallend. In de percelen met een goede structuur en voldoende vocht ontwikkelt het gras zich snel en kleurt het donkergroen. Andere percelen blijven achter, waarbij het gras vaak lichter is van kleur en trager op gang komt.

In de meeste gevallen is de oorzaak een watertekort. Na de droge zomer van vorig jaar en ondanks de neerslag in de winter en het voorjaar is het bodemprofiel nog niet volledig aangevuld. Daardoor komt het bodemvocht in de wortelzone al vroeg onder druk te staan, wat een directe impact heeft op de opname van nutriënten en dus op de grasgroei.

Het is daarom belangrijk om de vochttoestand actief op te volgen. Zeker op lichtere gronden of gevoelige percelen kan beregenen overwogen worden om de groei op peil te houden en opbrengstverlies te vermijden.

Hoge graskwaliteit, maar beperkt in de tijd

De huidige weersomstandigheden, met koude nachten en zonnige dagen, zorgen voor gras van zeer hoge kwaliteit. Het suikergehalte ligt hoog en de verteerbaarheid is optimaal, wat zich vertaalt in een hoge voederwaarde en een positief effect op de melkproductie.

Naarmate het gras ouder wordt, neemt de opbrengst toe maar daalt de verteerbaarheid. Dit heeft een directe invloed op het VEM-gehalte en dus op de uiteindelijke voederwaarde. Het juiste maaimoment blijft daarom een van de belangrijkste factoren binnen graslandbeheer.

Italiaans raaigras: maaimoment bepaalt opbrengst én voederwaarde

Maaien van Italiaans raaigras, meteil en bladrogge barst los vanaf volgende week

De oogst van Italiaans raaigras is volop bezig. Over het algemeen is de kwaliteit goed, maar het optimale oogstmoment blijft cruciaal. Dit ligt tussen de eerste en tweede knoop. Zodra de tweede knoop zichtbaar wordt en de weersomstandigheden gunstig zijn, moet er gemaaid worden.

Een te vroege oogst resulteert in opbrengstverlies, terwijl te laat maaien de voederwaarde aanzienlijk doet dalen. Daarnaast speelt ook de impact op de bodem een rol. Het maaien van een vanggewas onttrekt vocht aan de bodem, wat nadelig kan zijn voor de volgteelt, vooral onder droge omstandigheden.

Om negatieve effecten op de maïsteelt te beperken, blijft het aangewezen om het grasland tijdig te oogsten en de bodem zo weinig mogelijk uit te drogen. In de praktijk blijft oogsten vóór eind april een veilige richtlijn.

Bekalking als basis voor rendement

Een correcte pH is essentieel voor een efficiënte opname van nutriënten en een actieve bodemwerking. Wanneer de pH te laag is, dalen de beschikbaarheid van voedingsstoffen en de effectiviteit van bemesting, wat uiteindelijk resulteert in een lagere opbrengst.

Voor maïs ligt de optimale pH rond 5,5 op zandgronden. Een bodemanalyse blijft de meest betrouwbare manier om te bepalen of bijsturing nodig is. In veel gevallen is een jaarlijkse bekalking van ongeveer één ton per hectare voldoende om de pH op peil te houden.

Maïsbemesting: afstemmen op perceel en opbrengst

Graslandbemesting: Verspreiding drijfmest
Graslandbemesting Verspreiding drijfmest

Een doordachte bemestingsstrategie vertrekt vanuit de verwachte opbrengst en de bodemtoestand. Stikstof is de belangrijkste groeifactor, maar ook fosfaat, kali en zwavel spelen een essentiële rol in de ontwikkeling van de plant.

Bij een opbrengst van ongeveer 15 ton droge stof per hectare gelden doorgaans volgende richtwaarden:

  • stikstof: ongeveer 200 kg per hectare
  • fosfaat: ongeveer 80 kg per hectare beschikbaar
  • kali: ongeveer 250 kg per hectare
  • zwavel: ongeveer 25 kg per hectare

Deze waarden moeten steeds gecorrigeerd worden op basis van de bodemtoestand en het perceel.

Nalevering van stikstof bij gescheurd grasland en vanggewassen

De stikstof die vrijkomt uit organisch materiaal kan benut worden door de volgteelt. De hoeveelheid hangt af van de hoogte van het vanggewas of de aanhoudingsduur van het grasland.

  • Jong grasland (1–2 jaar): ± 80–100 kg N nalevering
  • Ouder grasland (3 jaar en ouder): tot ± 120–150 kg N nalevering

Belangrijk aandachtspunt is dat deze stikstof meestal geleidelijk vrijkomt en daardoor niet altijd beschikbaar is tijdens de beginfase van de maïsgroei. Om een goede start te garanderen, blijft een snelwerkende startgift noodzakelijk.

In de praktijk betekent dit:

  • rekening houden met stikstof uit vanggewassen en grasland
  • corrigeren van de totale bemesting
  • voorzien van een snel opneembare startgift, bijvoorbeeld via rijbemesting

Perceelsgericht werken maakt het verschil

Het voorjaar biedt gunstige groeicondities, maar het risico op watertekort neemt toe. Wie uit zijn percelen het maximum wil halen, moet zich aanpassen aan de omstandigheden.

Door aandacht te besteden aan bodemvocht, het juiste maaimoment, een correcte pH en een goed afgestemde bemesting kan het rendement aanzienlijk verhoogd worden.

Wie vandaag perceelsgericht handelt, legt de basis voor een sterk en kwalitatief ruwvoerseizoen.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang onze nieuwtjes in je mailbox.

    privacy Beleid.