
03 maart Graswinning 2026: eerste snede vóór 1 mei en maïs tijdig zaaien
De komende dagen beloven droog en zacht te worden. Bij veel veehouders begint het te kriebelen. Terecht, want wie nu inzet op graslandbeheer, legt de basis voor een succesvolle eerste snede én een tijdig ingezaaide maïsteelt. De ervaring leert immers dat goed begonnen half gewonnen is.
Wanneer kan je het perceel op zonder structuurschade?
Wanneer de bodemtemperatuur richting 5 °C gaat en de temperatuursom voldoende oploopt, komt de grasgroei opnieuw op gang. Dit is hét moment om het grasland kritisch te beoordelen en de nodige verzorging te plannen. Dat het grasland straks mooi gaat opdrogen, maakt dat percelen beter dragen en het veldwerk vlot uitgevoerd kan worden zonder structuurschade te veroorzaken. Blijf dus nog even waakzaam, want ondergronds kan de bodem nog nat zijn. Structuurschade vermijden blijft een basisregel.
Eerste bemesting: timing, perceelskeuze en bandendruk om structuurschade te voorkomen

Een tijdige eerste bemesting is cruciaal voor een krachtige start van het groeiseizoen. Een vroege mestgift verhoogt het eiwitgehalte van het gras en stimuleert de voorjaarsgroei. Voor bedrijven die na de eerste grassnede maïs willen zaaien, is deze timing nog belangrijker. Een laattijdige eerste snede kan immers de volgteelt hypothekeren. Streef ernaar voldoende massa produceren, maar maai tijdig zodat ook de maïs op tijd kan gezaaid worden.
Praktisch betekent dit:
- drijfmest op goed draagkrachtige percelen
- aandacht voor voldoende menging
- werken met aangepaste bandendruk
- schade aan de zode vermijden
Zode beoordelen: wanneer is wiedeggen & doorzaaien nodig (10–15% open plekken)?
Het vroege voorjaar is ook hét moment om de kwaliteit van de graszode te evalueren. Wanneer meer dan 10 à 15% van het perceel bestaat uit open plekken, onkruid of slechte grassen, is het aanbevolen te wiedeggen en door te zaaien.
Doorzaai biedt meerdere voordelen:
- opkrikken van het aandeel productieve grassen
- benutten van genetische vooruitgang in de grassen
- hogere drogestofopbrengst en voederwaarde
Doorzaaien is vooral interessant wanneer nog 60 tot 80% goede grassen aanwezig zijn. Belangrijk is wel dat er voldoende vocht in de toplaag aanwezig is rond het moment van doorzaai. Het doorzaaimengsel voor doorzaai dient te concurreren met de bestaande zode. Belpré Revita dat uitsluitend Engels raaigras bevat, is hierop gericht.
Eerste snede tijdig nemen: later maaien doet de voederwaarde dalen en compromitteert de maïsteelt
De eerste snede moet tijdig gebeuren. Te lang wachten om extra massa te winnen is vaak contraproductief.
Een te zware eerste snede leidt tot:
- lagere voederwaarde
- moeilijker drogen
- geremde hergroei, waardoor het langer wachten is op de volgende snede
- te late inzaai hoofdteelt maïs
Wie streeft naar een eerste snede vóór 1 mei, vergroot de kans op het oogsten van drie volwaardige snedes vóór juli (om de 4 à 5 weken), wat neerkomt op een groot deel van de jaaropbrengst.
Maïs zaaien na gras: bodemvocht, kieming en risico’s bij een droog voorjaar
Voor gemengde bedrijven is de link tussen gras en maïs cruciaal. Een vroege eerste snede creëert ruimte voor een tijdige maïszaai, wat rechtstreeks bijdraagt aan opbrengstzekerheid.
Voldoende bodemvocht bij de inzaai van maïs na een snede gras is doorslaggevend voor een goede kieming en jeugdgroei. In een droog voorjaar verdient dit extra aandacht, zeker na een productieve voorvrucht als gras die veel water onttrekt aan de bodem.
Bemesting, maaifrequentie en snelle inkuiling voor meer VEM
Wanneer de eerste snede tijdig en correct gebeurt, is er meer kans op kwalitatieve en volumineuze volgende snedes. Jong gemaaid gras herstelt sneller en levert doorheen het seizoen meer opbrengst en betere voederkwaliteit.
Succesfactoren voor sterke snedes zijn:
- snelle afvoer en inkuil
- gerichte bijbemesting
- voldoende bodemvocht
- correcte maaifrequentie
Jonge snedes bevatten bovendien meer VEM, eiwit en suikers dan ouder gras, wat het rantsoen rechtstreeks ten goede komt.
Checklist maart 2026: planning als basis voor een productief ruwvoederseizoen
Het vroege voorjaar van 2026 biedt kansen. De aangekondigde droge periode maakt veldwerk mogelijk en zet veel landbouwers aan tot actie. Wie nu investeert in een doordacht graslandbeheer, bemesting en zodeverbetering, legt de basis voor:
- een goede eerste snede
- tijdig ingezaaide maïs
- en een productief ruwvoederseizoen.
Het grasjaar wordt in maart mee beslist. Wie straks op scherp staat, plukt daar de rest van het seizoen de vruchten van.
