Het gebruik van CCM in de varkenshouderij

Het gebruik van CCM in de varkenshouderij

Het Belgische areaal korrelmaïs bevindt zich rond de 50.000 ha maar dit kan jaarlijks behoorlijk schommelen. Korrelmaïs wordt op sommige bedrijven als een “opvulteelt” beschouwd. Wanneer de inzaai van wintergranen in het najaar moeilijk verlopen is of wanneer er minder groenten of aardappelen geteeld kunnen worden, dan zaait men vaak korrelmaïs om het bouwplan te vervolledigen.

Veel constanter is het areaal korrelmaïs dat gebruikt wordt voor de productie van CCM. Zeker in de varkenshouderij kiezen een aantal varkenshouders er bewust voor om CCM in het rantsoen van de varkens op te nemen. Dit zijn meestal hyperprofessionele bedrijven die zeer goed voorzien zijn om korrelmaïs als basisgrondstof te vervoederen.

Om de varkenshouders onder de maïstelers zeker niet te vergeten, sprak onze redactie met professor Dirk Fremaut en doctor Jeroen Degroote over het gebruik van CCM in de varkenshouderij. Deze twee experten ter zake zijn verbonden aan de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de Universiteit Gent. Het zijn bekende namen in de varkenshouderij.

Wat zijn de grote voordelen van CCM ingepast in het rantsoen?

CCM is een uitstekende zetmeelbron in varkensrantsoenen. Bovendien bevat CCM 3,5 % melkzuur, wat een gunstig effect heeft op de maagdarmgezondheid van de varkens. Daarnaast heeft CCM door zijn smakelijkheid een voederopnameverhogend effect, wat dan weer een positieve invloed heeft op de groei en de voederconversie.

Men kan echter ook melkzuur toevoegen aan reguliere, aangekochte mengvoeders. Hier hangt uiteraard een kostprijs aan vast. Het grote voordeel van CCM zit in de kostenbesparing en hier moet goed over gewaakt worden. De vraag die steeds gesteld moet worden is: “Hoe goedkoop kan CCM in het rantsoen ingepast worden?”

Kan CCM aan alle varkens gevoederd worden en wat is het optimale aandeel in het rantsoen?

CCM kan zowel aan zeugen, biggen als vleesvarkens gevoederd worden en dit gedurende alle fases van de groei van het dier. In de praktijk kiest men er vaak voor om maximaal 20 % CCM toe te voegen in het rantsoen van de biggen en 25 tot 30% in dat van de oudere dieren om een voldoende diverse grondstoffenkeuze te maken en zo een veilig rantsoen aan te bieden.

Wanneer de CCM vrij is van mycotoxines en een laag ruwvezelgehalte heeft, kan het aandeel CCM in het rantsoen nog verhoogd worden.

Zijn mycotoxines een reëel gevaar en hoe moet de varkenshouder daar mee omgaan?

Varkens reageren zeer gevoelig op de mycotoxines DON en ZEA die in CCM kunnen voorkomen. DON heeft vooral een negatief effect op de voederopname. ZEA is schadelijk voor de vruchtbaarheid van de dieren. Hou er ook rekening mee dat biggen nog gevoeliger zijn dan oudere dieren.

Wij raden aan om zeker een mycotoxine-analyse te laten uitvoeren.

Bij het vervoederen van CCM ligt het risico volledig bij de boer. Wanneer de DON- of ZEA-gehaltes de normen overschrijden, is het aangeraden om het aandeel CCM in het rantsoen te verminderen en de CCM niet meer aan jonge biggen te voederen. Dit geldt ook voor zeugen, omwille van de mogelijke vruchtbaarheidsproblemen.

Er wordt vaak van uitgegaan dat de voederwaarde van CCM weinig varieert maar is dat wel zo?

Dat is helemaal niet zo. Het zetmeelgehalte van CCM kan sterk sterk variëren onder invloed van jaarinvloeden en het ras. Dit kan in vele gevallen verschillen geven van 10 % tussen CCM-kuilen met een hoog en laag zetmeelgehalte. Een zetmeelgehalte van 675 g ZETam of 720 g ZETew per kg droge stof wordt als gemiddeld beschouwd. Ook het spilaandeel en de maalfijnheid hebben een belangrijke invloed op de voederwaarde.

Ook hier geldt terug: meten is weten. Een voederwaardeanalyse is onmisbaar bij het berekenen van de rantsoenen.

Technical advisor Nele Bonte à côté de la nouveauté polyvalente LG 31.238. Son rendement élevé en grain et sa bonne tolérance à la fusariose lui confèrent une excellente aptitude à l’utilisation en CCM.

Technisch adviseur Nele Bonte naast de veelzijdige nieuwe ras LG 31.238. Door zijn hoge graanopbrengst en goede Fusarium-tolerantie is hij uitstekend geschikt voor gebruik bij CCM.

Welke invloed heeft het spilaandeel op de voederwaarde van CCM?

Er zijn weinig argumenten om een hoog aandeel spil mee te dorsen. Door de spil mee te dorsen verhoogt het ruw vezelgehalte van de CCM maar er bestaan betere vezelbronnen in de praktijk. Vezelfractie van de spil bevat veel lignine, waardoor de deze vezels niet goed fermenteren en ook weinig oplosbaar zijn. Het waterbindend vermogen van de spil is slechts de helft van deze van bietenpulp. Bovendien verdunt het zetmeelgehalte van de CCM bij toenemend spilaandeel en is de spil vaak een bron van mycotoxines. Een argument om toch een 10% van de spil mee te dorsen, is de beperkte korrelopbrengstverhoging. Er kan per hectare ongeveer 200 kg korrels gewonnen worden doordat de kleine korreltjes op de top spil hierdoor niet verloren gaan. Dit heeft te maken met de afstelling van de dorsmachine.

Wat is de optimale maalfijnheid van de CCM voor een optimale benutting? Hoe kan je dat in de praktijk controleren?

De maalfijnheid van de CCM is superbelangrijk en wordt nog te vaak onderschat. De verteerbaarheid van het product kan tot wel 6-7% variëren in functie van de maalfijnheid. Het is dus van groot belang dat de maalderij de nodige capaciteit heeft om voldoende fijn te malen. Het is de maalderij die het tempo moet bepalen en niet de dorsmachine.

Als eerste indicator kan men stellen dat maximaal 20% van de CCM-deeltjes een partikelgrootte van meer dan 2 mm mag hebben. Ook hier bestaat de kans dat de partikelgrootte nog niet optimaal is. Een correcte maalfijnheid wordt vastgesteld door de zeefrest bij verschillende partikelgroottes te bepalen. Het geometrisch gemiddelde moet hierbij lager zijn 800 tot zelf 600 micron. Elke 100 micron extra maalfijnheid van het voeder betekent 0,5 EUR extra voedersaldo per varken. Om dit te controleren, kan een eenvoudig setje van zeven vaak al wonderen doen. De berekeningen zijn iets complexer, maar dit kan aan de hand van beschikbare rekenbladen.

Samengevat, wat zijn de belangrijkste aandachtspunten bij het inpassen van CCM in het rantsoen?

Ze werden reeds aangehaald maar de maalfijnheid en het spilaandeel moeten nauw opgevolgd worden tijdens het oogsten. Daarnaast kunnen we het belang van mycotoxine- en voederwaardeanalyses niet genoeg benadrukken. Weten waarmee je werkt, is de basis om CCM goed te kunnen inpassen in het rantsoen.