10 november Hoe lees ik een maïskuilanalyse?

Een gedetailleerde maiskuilanalyse verschaft essentiële informatie over de kwaliteit en voedingswaarde van uw ingekuilde maïs. Door deze gegevens correct te interpreteren, kunt u het rantsoen voor uw vee optimaliseren, wat leidt tot verbeterde melkproductie en diergezondheid.​

Belangrijkste parameters in een maiskuilanalyse

  • Droge stof (DS): Dit percentage geeft het vochtgehalte van de kuil aan. Een drogestofgehalte tussen 32% en 36% is ideaal. Lagere waarden duiden op een natte kuil, wat fermentatieproblemen kan veroorzaken, terwijl hogere waarden wijzen op een droge kuil, wat de smakelijkheid en verteerbaarheid vermindert.​
  • VEM (Voeder Eenheid Melk): Zonder VEM geen melk of groei. Veel VEM betekent veel melk en groei. Een hoog VEM-gehalte gaat samen met een goede verteerbaarheid van de celwanden (= restplant of stengel en bladeren zonder het maïsgraan). Bekijk hiervoor de parameter ‘NDF-verteerbaarheid’. Een hoge VEM-waarde duidt op een energierijk rantsoen, wat essentieel is voor melkproductie en groei.​
  • NDF-verteerbaarheid: deze waarde geeft aan hoeveel procent van de celwanden verteerbaar is. Het onverteerbare gedeelte komt in de mest terecht.
  • Kuilen met een hoge NDF-verteerbaarheid of dNDF hebben automatisch ook een hoge VCOS (Verteerbaarheidscoëfficiënt van de organische stof).
  • VCOS (Verteerbaarheidscoëfficiënt van de organische stof) : Dit is de verteerbaarheid van de volledige geoogste maïsplant (stengel, bladeren, kolf, schutbladeren en spil).
  • Tot slot: het zetmeelgehalte: Dit is belangrijk voor de energievoorziening. Een zetmeelgehalte tussen 30% en 35% is wenselijk. Lagere waarden kunnen wijzen op een late oogst of slechte korrelontwikkeling, terwijl hogere waarden de penswerking kunnen verstoren.​
  • Ruwe celstof (RC): RC geeft het vezelgehalte aan en beïnvloedt de penswerking. Een RC-gehalte tussen 18% en 22% is optimaal. Te veel vezels verminderen de energieopname, terwijl te weinig vezels de pensgezondheid schaden.​
  • Ruw eiwit (RE): Essentieel voor melkproductie. Een RE-gehalte van 7% tot 9% wordt als adequaat beschouwd. Lagere waarden kunnen wijzen op een tekort aan stikstofbemesting, terwijl hogere waarden kunnen duiden op overmatige bemesting of vroege oogst.​
  • pH-waarde: Geeft de zuurgraad van de kuil aan. Een pH tussen 3,8 en 4,2 duidt op een goed geconserveerde kuil. Hogere pH-waarden kunnen wijzen op een risico op broei en schimmelvorming.​
  • Ammoniakfractie (NH3-N/totaal N): Een indicator voor eiwitafbraak. Een waarde onder 10% is ideaal; hogere waarden wijzen op ongewenste fermentatie en eiwitverlies.​
  • Fermentatiezuren: Melkzuur moet overheersen, met lagere gehaltes aan azijnzuur en minimale hoeveelheden boterzuur. Een hoog boterzuurgehalte duidt op een slechte fermentatie en kan de smakelijkheid verminderen.​

Praktijkvoorbeeld: maïskuilanalyse LG 32.257

Praktijkvoorbeeld: maïskuilanalyse LG 32.257

Het maïsras LG 32.257 staat bekend om zijn hoge VEM-opbrengst en uitstekende voederwaarde.

  • Droge stof (DS): Met een gehalte van 34,5% biedt deze kuil een goede bewaring en behoudt ze haar voedingswaarde.​
  • VEM (Voeder Eenheid Melk): Een hoge VEM-waarde duidt op een energierijk rantsoen, wat essentieel is voor melkproductie en groei.​
  • NDF-verteerbaarheid: Een score van 59,6% wijst op een uitstekende verteerbaarheid van de celwanden, wat de energieopname bevordert en de mestkwaliteit verbetert.​
  • VCOS (Verteerbaarheidscoëfficiënt van de organische stof): Een hoge NDF-verteerbaarheid leidt tot een verhoogde VCOS, wat de algehele voedingswaarde van de kuil verbetert.​
  • Zetmeelgehalte: Met 34,9% is het zetmeelgehalte bovengemiddeld, wat bijdraagt aan een verhoogde energievoorziening.​

Deze analyse toont aan dat LG 32.257 een uitstekende keuze is voor veehouders die streven naar een voedzaam rantsoen en een gezonde penswerking bij hun vee.

TIP: Elk jaar lanceren we een VEM-challenge waarbij de beste mäiskuilanalyses een prijs winnen. Doe zeker mee!


FAQ – Hoe lees ik een maïskuilanalyse?

Wat is het doel van een maïskuilanalyse?

Een maïskuilanalyse geeft inzicht in de kwaliteit en voedingswaarde van uw kuil. Zo kunt u het rantsoen van uw vee optimaliseren voor betere melkproductie en diergezondheid.

Wat betekent het droge stofgehalte (DS)?

DS toont het vochtgehalte. Ideaal ligt dit tussen 32% en 36%. Lager verhoogt het risico op broei; hoger vermindert de smakelijkheid en verteerbaarheid.

Wat zegt ruwe celstof (RC) over mijn kuil?

RC toont het vezelgehalte. Tussen 18% en 22% is optimaal. Te veel vezels verlagen de energieopname, te weinig schaden de penswerking.

Waarom is ruw eiwit (RE) belangrijk?

RE is cruciaal voor melkproductie. Streef naar 7% tot 9%. Lager duidt op onderbemesting, hoger op overbemesting of vroege oogst.

Hoe interpreteer ik het zetmeelgehalte?

Zetmeel levert energie. Een niveau van 30% tot 35% is ideaal. Lager wijst op een zwakke korrelontwikkeling, hoger kan pensverzuring veroorzaken.

Wat zegt de pH-waarde over de kuil?

Een pH tussen 3,8 en 4,2 betekent goede conservering. Hoger verhoogt het risico op broei, schimmels en bederf.

Wat betekent de ammoniakfractie (NH3-N/totaal N)?

Deze waarde toont de eiwitafbraak. Onder 10% is goed. Hogere waarden wijzen op ongewenste fermentatie en verlies aan voederwaarde.

Waarom zijn fermentatiezuren van belang?

Melkzuur moet overheersen. Veel azijnzuur of boterzuur wijst op slechte conservering en vermindert de smakelijkheid van de kuil.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang onze nieuwtjes in je mailbox.

    privacy Beleid.