
20 februari Is het faunamengsel (ecoregeling) een goede optie voor de landbouwer?
Welke gewassen nemen we op in het teeltplan van 2026? Die vraag leeft vandaag bij heel wat landbouwers. Door de geplande areaalsverminderingen van aardappelen, groenten en suikerbieten zijn velen nog op zoek naar een geschikte teelt om de vrijgekomen ruimte op te vullen. De zwakkere conjunctuur in de akkerbouwsector doet sommige landbouwers overwegen om te kiezen voor een faunamengsel.
Deze teelt komt in aanmerking voor de ecoregeling faunavriendelijke teelt en kan een subsidie opleveren tot maximum € 1.500 per hectare. Op het eerste gezicht lijkt dit een aantrekkelijke optie.
Toch blijkt in de praktijk vaak het tegenovergestelde. Bekijk daarom best of de voordelen voor uw bedrijf opwegen tegen de mogelijke nadelen. In sommige gevallen weegt de vergoeding niet op tegen de mogelijke negatieve financiële gevolgen op lange termijn.
Wat zijn de mogelijke nadelen van het faunamengsel voor veel landbouwers

1. Sterke veronkruiding van het perceel
Faunamengsels worden meestal ingezaaid in april of mei. Gewasbescherming is binnen deze teelt niet toegestaan. Door het grote aandeel zomergranen sterft het gewas vanaf september grotendeels af. Vanaf dat moment krijgen onkruiden vrij spel.
Probleemonkruiden zoals doornappel, melganzenvoet, hanenpoot, zwarte nachtschade en knolcyperus kunnen zich onbeperkt ontwikkelen. Aangezien het perceel pas vanaf 15 maart van het daaropvolgende jaar bewerkt mag worden, is de schade tegen die tijd vaak al groot.
Jarenlange inspanningen om percelen “proper” te houden, kunnen zo in één seizoen volledig verloren gaan. Met de huidige beperkingen in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en perceelsranden die niet behandeld mogen worden, kan dit nog jarenlang voor problemen zorgen.
2. Toename van schadelijke aaltjes, emelten en ritnaalden in de bodem
Verschillende onkruiden fungeren als uitstekende waardplanten voor plantparasitaire aaltjes (nematoden). Hierdoor kunnen populaties zich sterk uitbreiden, zelfs zonder aanwezigheid van een hoofdgewas.
Enkele voorbeelden:
- Melganzenvoet is een sterke vermeerderaar van onder andere het bietencysteaaltje.
- Zwarte nachtschade is een belangrijke waardplant voor het Columbia-wortelknobbelaaltje, dat aanzienlijke schade veroorzaakt in aardappelen.
Bovendien hebben ook de verplicht gebruikte soorten in het faunamengsel zelf een aaltjesvermeerderend effect. Een verhoogde aaltjesdruk kan nog jarenlang negatieve gevolgen hebben voor de teeltopbrengst. Denk hierbij ook aan wortelen, aardappelen, chicorei en witloof.
Ritnaalden en emelten profiteren volop van de continue bodembedekking en de wortels van de granen in het mengsel, die voor hen een waar feestmaal zijn.
3. Problemen met ratten en ander ongedierte
Het faunamengsel is bedoeld om nuttige en bedreigde diersoorten, zoals akkervogels, te ondersteunen. In de praktijk profiteren echter ook ratten, veldmuizen en ander ongedierte van de granen en zaden die in de winter als voedselbron dienen.
Dit kan leiden tot een toename van plaagdruk op het perceel en in de omgeving.
4. Geen mogelijkheid tot inzaai van wintergewassen
Het faunamengsel moet behouden blijven tot minstens 15 maart van het volgende jaar. Hierdoor is het niet mogelijk om in het najaar of de winter een wintergewas in te zaaien.
Dit beperkt de flexibiliteit in het teeltplan en kan het rendement van het perceel verder onder druk zetten.
Tips bij de inzaai van een faunamengsel
- Zaai op een geschikt moment: wacht eventueel op neerslag zodat de kieming en startgroei ideaal kunnen zijn. Het faunamengsel moet wel de hoofdteelt zijn.
- Zorg voor een goed aangelegd zaaibed en pas eventueel het principe van een vals zaaibed toe om de onkruiddruk te verminderen.
- Ken uw percelen:
- Op percelen met probleemonkruiden (knolcyperus, doornappel, …) is het risico groter dat deze onkruiden problemen geven tijdens de teelt van een faunamengsel. Als er probleemonkruiden aanwezig zijn, is het af te raden om een faunamengsel in te zaaien.
- Ook is het belangrijk dat de landbouwer weet of er een problematiek van aaltjes aanwezig is. Een staalname kan soelaas bieden. Er kan ook geopteerd worden voor niet-waardplanten of soorten die aaltjesonderdrukkend werken.
- Zaai aan voldoende hoge zaaidichtheid i.f.v. de weersomstandigheden. Bij vochtig, groeizaam weer kan dit lager zijn dan bij droge omstandigheden.
- Pleksgewijze mechanische verwijdering is mogelijk bij deelname aan de ecoregeling faunamengsel.
- Het deelnemen aan de maatregel moet altijd een bewuste en weloverwogen keuze zijn die in een geplande teeltafwisseling past en die niet gemaakt wordt op basis van de hoge vergoeding. Deze vergoeding weerspiegelt dan ook de inspanningen en inkomstenderving die het faunamengsel meebrengt.
Wat zijn de alternatieven?
Veiligere alternatieven voor de teelt van faunamengsel zijn korrelmaïs, droge erwten en veldbonen. Met de teelt van erwten en bonen kan u aanspraak maken op de Ecoregeling “Inzaai van eenjarige milieu-, biodiversiteitsvriendelijke of klimaatbestendige teelten” met een premie per ha van maximum 600 €. Korrelmaïs heeft dan weer het voordeel van een hoog opbrengstpotentieel, oogstzekerheid en vele afzetmogelijkheden richting drogerij, bio-ethanol, CCM of MKS.
Faunamengsel – financieel aantrekkelijk, in de praktijk aanzienlijke risico’s.
Hoewel het faunamengsel financieel aantrekkelijk lijkt door de bijhorende subsidie, blijkt het in de praktijk vaak gepaard te gaan met aanzienlijke risico’s. Veronkruiding, verhoogde aaltjesdruk, problemen met ongedierte en beperkingen in de teeltplanning kunnen op lange termijn zwaarder doorwegen dan de ontvangen vergoeding.
Een weloverwogen afweging is daarom essentieel voordat men voor deze teelt kiest. Mogelijke alternatieven voor faunamengsel zijn korrelmaïs, zomererwten en –veldbonen.
