
29 januari Reportage melkveebedrijf van Pieter-Jan en Céline Vande Velde Oostkerke (Damme): Melkrobots en ruwvoer
Wie het erf van Pieter-Jan en Céline Vande Velde oprijdt in Oostkerke, voelt meteen de rust van de polders én de dynamiek van een melkveebedrijf dat geen seconde stilstaat. Hun 120 melkkoeien en 80 stuks jongvee vormen het hart van dit familiebedrijf, dat al drie generaties lang wordt opgebouwd. Ze benutten alle 60 hectaren voor de eigen ruwvoederproductie. “We hebben elke hectare nodig voor de koeien”, luidt het nuchter.
De percelen variëren van zware klei tot lichtere bleekaarde. Dat betekent vroeg zaaien op koude maar ook uiterst vochthoudende bodems, waarop zelfs in een droog jaar de teelten niet snel stilvallen. “Van het gras konden we ook in de droge zomer van 2025 vlot om de vier à vijf weken een snede maaien, de maïs bleef groeien en zelfs de bieten hebben niet geslapen”, vertelt Pieter-Jan. Toch blijft het een uitdaging: bleekaarde is slempgevoelig als er veel regen valt net na de zaai.
Een familiegeschiedenis met hindernissen en doorzettingsvermogen
Het melkveebedrijf ademt geschiedenis. In de jaren ’60 kocht de grootvader van Pieter-Jan het bedrijf. Toen Pieter-Jan zestien was, kreeg zijn vader een ernstig ongeval en draaide hij noodgedwongen al vroeg mee in het bedrijf. Hij is de jongste van zes kinderen, maar het plichtsbesef was groot. “School combineren met het bedrijf was niet evident, maar het moest.”
Zijn echtgenote Céline groeide dan weer op in een varkensbedrijf in Dudzele. Het landbouwleven zit bij beiden diep verankerd. In 2009 nam Pieter-Jan gedeeltelijk over, en in 2017 volgde Céline, die het deel van de ouders van Pieter-Jan overnam. Intussen lopen Louise (9) en Arthur (7) al vrolijk rond op het erf – twee enthousiaste helpers die vooral graag supporteren voor papa op de trekkertrek.
Een melkveebedrijf dat groeit in stappen: bouwen waar het kan
2016 was een moeilijk melkjaar, maar toch bouwden ze een nieuwe hangaar. Na 2017 lag de focus op koecomfort: ze verniewden de melkstand, muren gingen eruit, en ze verbeterden de ventilatie. “Grote investeringen konden toen niet, dus hebben we geïnvesteerd in wat direct rendement gaf voor de koeien.”
Tussen 2017 en 2020 vernieuwden ze de sleufsilo’s. In 2021 stond het bedrijf klaar om een nieuwe stal te zetten, maar het stikstofarrest haalde de plannen onderuit. De Lely A5-melkrobots waren toen al aangekocht. “We hadden geen keuze en we hebben ze in de bestaande stal geplaatst.”

Een beslissing die meer impact had dan verwacht. De koeien stonden voorheen te lang in de wachtruimte en hadden genetisch potentieel om meer melk te geven. De overstap van de visgraat (2×6, twee keer drie uur per dag melken) naar twee melkrobots in 2023 was een kantelpunt.
“De koegezondheid verbeterde spectaculair: betere klauwen, minder uierontstekingen, celgetal fors omlaag.” De productie steeg van 32 naar 42 liter per koe per dag. De extra tijd die vrijkwam, investeerden ze in detailwerk: ze verlengden de droogstandperiode van 40 naar 55 dagen, en verfijnden het management verder. “Tijdens het melken denk je dat je alle dieren ziet, maar dat is niet zo. Met robots heb je eindelijk echt tijd om met de koeien bezig te zijn.”
Een dak voor de toekomst
In 2024 kreeg de melkveestal een volledig nieuw, geïsoleerd dak. Asbest ging eruit en zonnepanelen kwamen erop, samen met een batterijsysteem. “We hadden problemen met de elektriciteit in piekperiodes. Een nieuwe kabel zou gigantisch duur zijn, dus de batterij was een logische keuze.”
Het resultaat mag er zijn: afgelopen zomer waren er dagen dat er helemaal geen stroom van het net nodig was. De volgende stap is waterkwaliteit: filters, ontsmetting en ontharding staan gepland voor deze winter.
Melkveebedrijf met sterke focus op koecomfort en arbeidsefficiëntie
Wie door de stal loopt, ziet het meteen: hier is nagedacht over diercomfort. Een ruime strobox voor droge koeien, gebogen schoftbomen, koematrassen, vlaslemen als strooisel en een mestrobot die continu rond rijdt. Elke ingreep moet bijdragen aan een gezonde, rustige koe. Verder dachten ze na over korte looplijnen en eenvoudig werken. “We staan ver, maar we blijven ambitieus.”

Ruwvoedermanagement in een melkveebedrijf – een voorbeeld van vakmanschap
Het veldwerk van Pieter-Jan en Céline is even doordacht als hun stalmanagement. Ze streven naar jonge, kwalitatieve snedes en vermijden koste wat kost ruwe as.
De start voor goede snedes gras maken ze al vroeg:
- 15 februari: de eerste fractie stikstof op het gras
- Vanaf 25 februari: drijfmest waar het kan, liefst met sleepslangen
- Vier weken voor de maaibeurt: de tweede fractie
- Rond 20 april: de eerste snede maaien
Italiaans gras maaien ze zodra de tweede knoop erin zit. De focus ligt niet op massa maar op kwaliteit. Grasklaver maaien ze samen met blijvend gras maar op een ander moment. “We willen maximaal 30 hectare per inkuilmoment. We moeten het werk zelf aankunnen: maaien, schudden en harken.”

Bij maïs kiezen ze bewust vroegrijpe rassen (FAO 220): LG 31.231, LG 31.224 en LG 32.257. We zaaiden in 2025 rond 25 april en hakselden op 10 september. Verteerbaarheid is een topprioriteit. Ze mikken op 34–36% droge stof en hakselen liever iets fijner om selectie in het rantsoen te vermijden. De korrel moet in zes gebroken zijn. Met hun nutritionist zeven ze regelmatig rantsoen en mest om te zien of de vertering efficiënt verloopt.

Voederbieten: een doordachte keuze
Op 1,5 hectare telen ze Rialto-voederbieten, met in 2025 een opbrengst van 170 à 180 ton. Ze wassen de bieten en voederen eerst vers. Zodra de eerste vorst zich aankondigt, wassen, versnipperen en kuilen ze de bieten in met droge pulp. “We willen zelf bepalen hoe we ze in het rantsoen brengen. In de maïskuil mengen doen we niet. Je hebt het rantsoen dan te weinig onder controle en het ideale oogstmoment van de maïs ligt een stuk vroeger dan dat van de voederbieten.”
Altijd vooruitkijken
Pieter-Jan en Céline blijven scherp. Ze doen bedrijfsbezoeken en zetten in op nieuwe kennis opgedaan bij specialisten. “We voegen peper en zout toe en proberen verder te optimaliseren.” Ze willen bedrijfsblindheid vermijden en denken graag out of the box.
Hun ambitie is helder: stap voor stap de productie verhogen en tegelijkertijd de koe nog beter maken.
Wie ziet hoe dit melkveebedrijf evolueert, weet dat: hier staat een team dat blijft bouwen – voor de koeien, voor het bedrijf en voor de volgende generatie die al vrolijk met de trekkertrek meeleeft.
