20 februari Mycotoxines in Maïskuilen: Risico’s en Preventie

Mycotoxines zijn giftige stoffen die worden geproduceerd door schimmels zoals Fusarium, Aspergillus en Penicillium. Ze ontstaan door een combinatie van vocht, temperatuur en beschadiging van de plant, zowel op het veld als tijdens de opslag in de kuil.

Welke mycotoxines komen voor in maïskuilen?

In maïskuilen komen verschillende mycotoxines voor. Deoxynivalenol (DON) verlaagt onder meer de voeropname, vooral bij runderen en varkens. Zearalenon (ZEA) heeft een hormonale werking en kan vruchtbaarheidsproblemen veroorzaken. Fumonisinen (FUMs) tasten de lever en nieren aan, met name bij paarden en varkens. Aflatoxines ontstaan onder warme, vochtige omstandigheden en kunnen ernstige leverbeschadiging veroorzaken. Ochratoxines vormen vooral een probleem bij langdurige opslag van slecht gefermenteerde kuilen.

Gevaren voor vee

Mycotoxines kunnen de voeropname verminderen en de productie van melk en vlees verlagen. Vruchtbaarheidsproblemen bij melkvee en fokdieren komen vaak voor bij besmet voer. Daarnaast kunnen lever- en nierschade optreden, wat de algehele gezondheid van de dieren aantast. Door een verzwakte weerstand worden dieren bovendien gevoeliger voor infecties en andere gezondheidsproblemen.

Hoe ontstaan mycotoxines in maïskuilen?

De ontwikkeling van mycotoxines begint vaak al op het veld. Vochtige en koele omstandigheden bevorderen schimmelgroei, terwijl droogte en hitte de plant verzwakken en gevoeliger maken voor infecties. Tijdens de inkuiling kunnen fouten zoals onvoldoende verdichting en een slechte luchtdichte afsluiting schimmelvorming verder in de hand werken. Een te hoog vochtgehalte in de kuil verhoogt bovendien het risico op toxineproductie.

Hoe kun je mycotoxines voorkomen?

Het risico op mycotoxines begint bij de juiste rassenkeuze. Goed veldmanagement, zoals een evenwichtige bemesting en gewasrotatie, helpt de plant gezond te houden. Tijdens de inkuiling is een snelle verwerking, goede verdichting en luchtdichte afdekking essentieel om schimmelvorming te voorkomen. Regelmatige analyses van de kuil geven inzicht in mogelijke risico’s, terwijl het gebruik van mycotoxinebinders in het rantsoen kan helpen om de opname van toxines door dieren te beperken.

De meeste mycotoxines worden pas in de herfst geproduceerd wanneer het vochtiger wordt en de planten verzwakt zijn. Idealiter worden zowel kuil- als korrelmaïs dus voor 1 november geoogst. Vroegrijpe rassen met een FAO tussen de 200 en 225 bieden hierop de beste garantie. Bvb. LG 31.205 (FAO 200), LG 31.219 (FAO 210), Chelsey (FAO 215), LG 31.224 (FAO 210), LG 32.257 (FAO 225) en LG 31.242 (FAO 225).

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang onze nieuwtjes in je mailbox.

    privacy Beleid.