22 april Stand van zaken in de granen

WISSELVALLIG WEER

De laatste weken zien we de graanpercelen sterk veranderen. De onkruidbestrijding kon intussen overal goed uitgevoerd worden en in vele gevallen werd de eerste groeiregulatie al toegepast. De wintertarwe zit momenteel tussen het 1e en 2e knoopstadium.

AANDACHT VOOR ZIEKTES

We moeten bij deze weersomstandigheden waakzaam zijn voor de aanwezigheid en verspreiding van septoria. Op de onderste bladeren zijn vaak heel wat sporen te vinden die met opspattend water mee omhoog kunnen groeien. Septoria kan bij sterke aanwezigheid een grote impact hebben op de finale opbrengst.

In gewassen met een hoge standdichtheid zien we vaak ook meeldauw. Momenteel zijn veelal de onderste bladeren aangetast. Die vormen niet direct een groot risico voor opbrengstderving maar ze kunnen wel de oorzaak zijn van verdere verspreiding.

Het Landbouwcentrum Granen maakt ook melding van aanwezigheid en een zekere uitbreiding van bruine roest. In bepaalde gevallen werd de behandelingsdrempel bereikt voor de uitvoering van een T0.

Op de website van het LCG (www.lcg.be) kan de opvolging van de belangrijkste graanziektes gevolgd worden.

Het is raadzaam uw percelen goed te monitoren en te evalueren. Indien men kiest voor een vervroegde T1-bespuiting, moet men nadien de nodige aandacht besteden aan het interval tot aan de T2-bespuiting.

BEMESTING

Voor de verdere bemesting van de graanpercelen spelen enkele factoren die invloed hebben op de uitvoering. De beschikbare bemestingsruimte per perceel is vaak onvoldoende om te kunnen voldoen aan de behoefte van het gewas. In de regel zijn 25 eenheden stikstof noodzakelijk per ton tarwe. De aanvoer van stikstof komt van de aanwezige bodemvoorraad aangevuld met dierlijke en/of kunstmest. De vele regenval maakt dat nutriënten ook sneller uitspoelen

Een goed gefractioneerde bemesting kan het stikstofverlies enigszins compenseren. Afhankelijk van de keuze m.b.t. de fractionering van de bemesting zal de hoeveelheid van de tweede fractie variëren tussen 40 (in geval van 3 fracties) en 100 eenheden (in geval van 2 fracties). Tijdens de T1 en/of T2-bespuiting kan men ook opteren voor bladmeststoffen. In het kader van de mestwetgeving zijn deze interessant door hun hoge efficiëntie in vergelijking met klassieke kunstmeststoffen.

Hybridetarwe beschikt over een uitgebreid wortelgestel. Hierdoor kunnen zij efficiënt gebruik maken van de aanwezige nutriënten en kan de gift zelfs met 15% gereduceerd worden. Ook in lange periodes van hevige regenval zal door de grote wortelcapaciteit het zuurstoftransport in de plant langer op peil blijven.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang onze nieuwtjes in je mailbox.

    privacy Beleid.