18 januari Wat hebben topsport en maïs telen met elkaar gemeen? Details maken het verschil!

Professionele sporters weten het al langer: wie topprestaties wil neerzetten, mag niets aan het toeval overlaten. Steeds meer maken details of “marginal gains” het verschil. Uitstekende maïs telen is eveneens topsport, en ook hier worden de details belangrijker. De uitdagingen worden er namelijk niet kleiner op. Het klimaat wordt steeds grilliger, de mestwetgeving strenger, en ook de komende jaren zullen er nog zaadontsmettingen verdwijnen. Toch blijft het ook in de toekomst de uitdaging om de opbrengst en kwaliteit van de kuil- en korrelmaïs te verhogen. Welke details maken vandaag het verschil?

Ondanks het feit dat de maïsteelt al 50 jaar is ingeburgerd, is er wat betreft teelttechniek nog niet echt veel veranderd. Laten we de teelt eens onder de loep nemen van zaaibedvoorbereiding tot aan de oogst en kijken waar we nog stappen vooruit kunnen zetten. Kleine stappen die een groot verschil zullen maken in opbrengst en in kwaliteit.

De zaai

  • Tijdstip van zaai: Maïs is de hoofdteelt, dus de grassnede ervoor moet tijdig genomen worden. Voor maïs die later dan 1 mei gezaaid wordt, kan je met een verlies van 100 kg drogestofopbrengst per dag rekenen. Maïs zaaien op 20 mei betekent 2 ton minder drogestofopbrengst in vergelijking met de opbrengst bij inzaai eind april. De reden hiervoor is dat er minder voorraad vocht in de bodem zal zitten. De mais zal bijgevolg een moeilijkere start hebben. Vroeg zaaien is dus de boodschap!
  • De tussenrijafstand: Waarom niet zaaien op 50 cm tussen de rijen? We blijven bij een zaaidichtheid van 95.000 korrels per ha, maar in de rij zullen de planten dan verder uit mekaar staan (21 cm i.p.v. 14 cm). Dit geeft altijd een snellere bodembedekking, minder verlies aan bodemvocht, meer licht voor de planten, een hoger kolfaandeel, en vooral een betere benutting van de bemesting. Dus een hogere opbrengst!

Bemesting

Waarom niet overwegen om fractionair te bemesten, net zoals bij zaaigranen. Laten we maïs meer benaderen als een echte akkerbouwteelt. Daarmee bedoel ik een basisbemesting geven voor de inzaai (organische vollevelds- en startmeststof in de rijen), gevolgd door een aanvullende bladbemesting in juni, na het sluiten van de rijen. Dit geeft een extra boost voor de belangrijke bloei.

De rassenkeuze

Genetische vooruitgang in maïs is enorm. Jaarlijks stijgt de opbrengst met 0,5 tot 1 %. Kies dus voor nieuwe toprassen op de officiële lijsten. Hiervoor verwijzen we naar de resultaten van het Varmabel-netwerk en van de Belgische rassenljist. Deze resultaten zijn het gemiddelde van bijvoorbeeld 8 locaties en per locatie 4 herhalingen, dus 32 data. Dit is correcte info die je een goed beeld geeft. Zeker als het ras het goed doet over gemiddeld 2 tot 3 jaren.

Klimaatrobuust

Limagrain heeft een aantal rassen met het Hydraneo-label. Dit zijn rassen met een hoge droogtetolerantie. Kies voor deze rassen op stresspercelen, of gewoon als je het risico niet wil nemen.

Kies voor vroege rassen

Dit is nog maar eens gebleken in 2023. We konden pas volop maïs zaaien vanaf half mei. Vroege rassen hebben veel voordelen: ze bloeien vroeger, ze hebben minder risico op droogtestress bij de bloei, ze zijn sneller oogstklaar zodat men vlot kan oogsten in september, en vooral, de opbrengst van vroege rassen is vaak even hoog als die van de latere rassen.

Zaaizaadontsmetting

  • Vogelafweer: Een belangrijk weetje: kraaiachtigen worden aangetrokken door wat opvalt. Dus vroeger of later zaaien dan al je buren of een perceel te midden van de natuur trekt de vogels aan. Zaai dan zeker voldoende diep en druk de zaairijen goed aan. En het belangrijkste, ga voor de zaaizaadontsmetting Korit Pro.
  • Biostimulanten: In Korit Pro zit al sinds 2022 de bacteriecultuur Bacillus amyloliquefaciens, gekend van de groenteteelt. Dit product heeft zijn sporen verdiend in de preiteelt. Deze bacterie zorgt voor een gezonder wortelstelsel, waardoor er meer nutriënten opneembaar worden voor de plant, vooral fosfaten die vaak onoplosbaar in de bodem zitten.
  • Insecten: Bij een mogelijk risico op ritnaalden of de larve van de bonenvlieg kies je best voor een extra ontsmetting met Force zoals de zaadbehandeling Starcover Force Active+. Bij ritnaalden geldt dat een goed aangedrukt zaaibed duidelijk minder aantasting geeft! Teeltrotaties met aardappelen betekenen een groter risico.

Oogst

Mais is een van de weinige teelten waarvan men puur ‘op het zicht‘ de oogstdatum voorspelt. Maar dat is quasi onmogelijk. Veel hangt af van het kolfaandeel. Zelfs groenere planten hebben al een drogestofgehalte van meer dan 33 %. Erg vaak wordt de kuilmaïs te laat geoogst. Volg de info die elke week in het Landbouwleven verschijnt (LCV-info), gebaseerd op proefstaalnames. Het ideale oogstmoment voor kuilmaïs ligt tussen 32 en 36 %. Boven de 40 % ontstaat er broei, krijg je bewaarproblemen, enz. De Agrility-tool van Limagrain is ook een ideaal hulpmiddel hiervoor. Voor een paar euro’s heb je een zicht op de afrijping van je gewas, op elk perceel, via satellietconnectie. Want… wie aardappelen oogst, neemt eerst een staal, wie tarwe wil oogsten ook. Waarom dan kuilmaïs beoordelen op het zicht?

Teeltrotaties

Zoals geweten, mag in Vlaanderen eenzelfde teelt niet langer dan 3 jaar na elkaar op hetzelfde perceel geteeld worden. Dat is al zo sinds 2022. Om die reden wordt er in de maïsmonocultuur-streken flink uitgekeken naar meer teeltrotatie. Teeltrotatie is altijd aan te raden. Dit zorgt voor extra organische stof aanbreng. Een ideale teeltafwisseling is gras-klaver (tijdelijk voor 2 jaar), voederbieten, een graangewas. Meer organische stof in de bodem betekent een bodem die beter bestand is tegen droogte en nattigheid. En dus meer opbrengst.

(Walter Vervoort – Productmanager ruwvoedergewassen en groenbedekkers)

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang onze nieuwtjes in je mailbox.

    privacy Beleid.